
Elke dag staan we bloot aan straling. Is het niet uit het ziekenhuis, dan komt het wel vanuit het heelal (kosmische straling) of uit onze planeet. Met een nevelkamer kan deze achtergrondstraling zicht- baar worden gemaakt. Charles Wilson ontving in 1927 de Nobelprijs voor de natuurkunde voor deze slimme uitvinding van begin 1900, waarmee hij in eerste instantie wolken analyseerde.
Een nevelkamer bevat een oververzadigde alcoholdamp. Een passerend geladen deeltje botst met de alcoholmoleculen, waardoor ionen ontstaan. Rond deze ionen vindt condensatie plaats, zoals een vliegtuig een nevelspoor achterlaat in de koude lucht. Alfadeeltjes, protonen, elektronen en muonen laten elk hun eigen specifieke spoor achter, alsof het verschillende voetafdrukken zijn. Alfadeeltjes (heliumkernen) zijn relatief zwaar. Daardoor ontstaat er een dik en zeer duidelijk zichtbaar spoor. Bètadeeltjes (elektronen of positronen) zijn veel lichter en zullen een dun spoor laten zien. Kun jij raden welk deeltje je ziet?